De tussenschoolse opvang wil de kinderen naast onderdak en zorg ook bescherming, aandacht, veiligheid, gezelligheid en ontspanning bieden.
De overblijfkrachten nemen tijdens de opvang van de kinderen een deel van de opvoeding van de ouders/verzorgers over en zullen daarbij rekening moeten houden met de verschillen van de kinderen en hun achtergrond.
Identiteit speelt hierin een rol; de overblijfkrachten en de deelnemende kinderen moeten respect tonen voor ieders achtergrond. De kinderen moeten zich gekend voelen in hun eigen persoonlijkheid en omstandigheden.
Zowel voor kinderen als voor de overblijfkrachten gelden regels op de TSO. Uitgangspunt vormen hierbij de schoolomgangsprotocollen, zoals die gelden voor de school.
Dit komt op het volgende neer:
- we zijn aardig voor elkaar,
- we luisteren naar elkaar, zodat we elkaar begrijpen,
- het gaat er niet om hoe je eruit ziet, maar hoe je bent,
- we proberen ruzies uit te praten en met elkaar op te lossen,
- pesten hoort niet op de TSO thuis,
- we zijn voorzichtig met onze spullen en die van een ander.
Tijdens de opvang kunnen de kinderen spelen; ze mogen zelf kiezen wat ze
willen gaan doen, rust nemen mag ook.
De overblijfkrachten begeleiden de kinderen hierin door:
- een oogje in het zeil te houden,
- actief een rol te spelen bij het stimuleren tot spel,
- meedoen aan spelletjes, voorlezen, knutselen etc.
De gang van zaken en regels rond het eten en spelen zijn uitvoerig beschreven in het Werkplan TSO, waar onze overblijfkrachten mee werken.
De TSO streeft ernaar te zorgen dat elk kind de mogelijkheid krijgt zichzelf te zijn en zich te ontplooien, door vrij spel of georganiseerde activiteiten, alleen of in een groep.

